Wat is carrouselrijden !

Carrousel of carrouselrijden was een onder Hendrik IV en Lodewijk VII uit Italië naar Frankrijk overgebracht ridderspel, dat in het begin van de 18e eeuw nog aan de meeste Europese hoven in gebruik was en de Middeleeuwse toernooien verving. De kleding was in de regel dezelfde als bij de toernooien, de spelen waren van verschillende aard.

Het carrouselrijden begon in de middeleeuwen tot begin 18e eeuw. Keizerin Eugenie van Oostenrijk heeft de eerste Carrouseluitvoering gegeven aan haar Hof, op de plaats waar nu nog steeds de Spanische Hofreitschule gevestigd is in de Hofbrug te Wenen. Na enige tijd van belangstelling ontdaan te zijn geweest ,kwam het carrouselrijden weer in Nederland in gebruik aan het begin van deze 20e eeuw. Tot de W.O.-II werden er ook wedstrijden gereden, tijdens en na de W.O.-II bestond er geen belangstelling en/of mogelijkheid.

In de jaren vijftig werd er weer een start gemaakt, in de jaren zestig reden drie groepen hun eerste wedstrijden tegen elkaar : de Rotterdamse, Arnhemse en Amsterdamse maneges. De ochtend werd gebruikt door de drie groepen, 's middags na een gezamenlijke lunch werd een buitenrit gereden in de bossen waarbij dus 51 ruiters en amazones deel namen.

Carrouselrijden doe je met elkaar en daarom is dit ook een van de weinig teamsporten binnen het paardrijden. Het resultaat wordt bepaald door de prestatie van de groep als geheel en niet door de individuele prestaties van de afzonderlijke ruiters. Het is de bedoeling dat niemand binnen de carrouselgroep opvalt en dat de groep zoveel mogelijk één geheel vormt. De rijkunst van de deelnemers is dan ook van ondergeschikt belang. De prestatie van de groep des te meer. Dat zorgt voor een hechte “team spirit”.

Wedstrijden :
Een carrouselgroep bestaat in principe uit 8 amazones en 8 ruiters (of zes en zes) plus een commandant al of niet te paard. Zij rijden hun proeven (manoeuvres geheten) op gepaste, meestal klassieke of populaire muziek. Ook de kleding van de groepen is de klassieke rijkleding, veelal zwarte rijjas, witte rijbroek, zwarte rijlaarzen, witte plastron (jachtdas), witte handschoenen en zwarte hoed/cap/halfhoge hoed. Sporen zijn niet verplicht, maar als één ze nodig heeft, dan dient de hele groep deze te dragen. De commandant draagt altijd sporen.

De commandant is vrij in de keuze van de figuren die gereden worden, de verplichting is slechts aanwezig om de drie tempi : stap, draf en galop zowel linksom als rechtsom te tonen. De rijkunst van de deelnemers is bij de beoordeling niet van belang, het gaat slechts om de prestatie als groep waarop de beoordeling gegeven wordt.

De beoordeling

1. Onderdelen van de manoeuvre:
De proef dient 20 onderdelen te bevatten; indien minder of meer onderdelen in de proef staan opgegeven zal de jury dit corrigeren tot het voorgeschreven aantal onderdelen. Indien twee juryleden aanwezig zijn, zal de voorzitter van de jury (bij C) de wijzigingen toepassen, in overleg met zijn/haar collega.

2.Duur van de manoeuvre:
De proef dient verreden te worden in een tijdsbestek tussen de 10 en 15 minuten. Bij over- of onderschrijding van de tijdslimiet, wordt 0,1 punt in mindering gebracht op het netto eindresultaat. De tijd loopt van begin-groet tot eind-groet aan de voorzitter van de jury. Deze verricht de tijdwaarneming.

3.Juryleden:
Ten minste twee juryleden beoordelen de manoeuvres vanaf verschillende plaatsen bij de rijbaan. De voorzitter van de jury zit bij C. Het schoonste geheel (prix d'elegance) wordt door een apart jurylid beoordeeld.

4. Berekeningsresultaat:

  1. Per onderdeel (uitvoering) krijgt de groep een cijfer. Het totaal van de cijfers wordt gedeeld door 20; zo verkrijgt men de beoordeling voor de uitvoering welk met vier vermenigvuldigt wordt.
  2. Dan wordt een cijfer gegeven voor de inhoud (zwaarte) van de proef met een vermenigvuldigingsfactor van 2.
  3. Tenslotte een cijfer voor de algehele indruk (o.a. kleding, uniformiteit, muziekkeuze, etc.) eveneens met een vermenigvuldingsfactor van 2.
  4. Ook voor muziek wordt een (enkelvoudig) cijfer gegeven.
  5. Evenals voor het hoofdstuk artistiek wordt een enkelvoudig cijfer toegekend.

De uitkomsten van de onder 4.1 t/m 4.5 genoemde onderdelen worden getotaliseerd. Op deze wijze berekend kan men een eindcijfer verkrijgen tot zelfs drie cijfers achter de komma. Uiteraard wint de groep met het hoogste eindcijfer.

5. Becijferen:
De cijfers lopen van 10 tot 0. Uitgangspunt is dat een 6 een voldoende is. De cijfers onder zes dient men te reserveren voor grove fouten of slordigheden, zoals figuren welke mislukken of voortdurend ongelijke afstanden (distances) of slecht gericht zijn (direction)

6. Strafpunten:

  1. Indien een manoeuvre mislukt en wordt stopgezet door overmacht of invloeden van buitenaf (bijvoorbeeld: hagel op manegedak, een hevig onweer, hondje in de rijbaan, etc.) dan wordt de beoordeling hierover niet negatief beïnvloed en wordt de tijd stopgezet.
  2. Voor het verlies van hoed of cap worden geen strafpunten gegeven.
  3. Voor een losse bandage of schabrak worden geen strafpunten toegekend; het cijfer algemene indruk in de situatie 6.2 en 6.3 wordt lager en straft zich in tijd.

7. Aantal deelnemers per groep:
Er is in principe geen verschil tussen een groep met 12 of 16 deelnemers. De moeilijkheidsgraad van een manoeuvre met 16 kan hoger liggen. Dit kan in de becijfering tot uiting komen.

Indien tijdens het rijden van de proef het verband volledig verloren gaat, zodat de colonne opnieuw gevormd moet worden, noteert de jury voor het onderbroken figuur een onvoldoende cijfer. De commandant mag de manoeuvre hervatten op het onderdeel voor de calamiteit, doch er vindt er geen herbeoordeling plaats van reeds vertoonde onderdelen (dit straft zichzelf in tijd). Cijfers worden pas weer toegekend na het onderdeel waarin de wanorde plaatsvond.

 

9.Enkele algemene opmerkingen:

  1. Vaste martingalen zijn verboden
  2. Sporen of zwepen zijn toegestaan, maar dan voor alle ruiters en amazones van de groep.
  3. De commandant is vrij in de keuze van de plaats om al dan niet met de groep te groeten naar de voorzitter van de jury. In de rijbaan dient de commandant gekleed te zijn in het tenue van de deelnemers. Buiten de rijbaan dient de kleding passend bij de wedstrijdsfeer te zijn.
  4. De groepen dienen altijd de voorzitter van de jury te groeten bij de start en het einde van de manoeuvre; het staat vrij om ook het tweede jurylid, resp. het publiek te groeten.

10. Totaal beoordeling:
Onder inhoud, algemene indruk, moeilijkheidsgraad, muziek en artistiek worden verstaan :

Inhoud:
Moeilijkheidsgraad manoeuvre - met tweeën, drieën, vieren of met enen verdeling van de rijbaan en bodemgebruik - alle drie gangen op beide handen getoond - originaliteit - choreografie.

Artistiek:
Originaliteit - nooit eerder vertoonde onderdelen in de manoeuvre - vernieuwing (geen plagiaat)

Uitvoering :
Hetgeen per onderdeel in de manoeuvre geboden wordt - het gericht zijn - de afstanden - tempo en regelmaat

Muziek
Muziek die past bij de manoeuvre. Originaliteit in muziek.

Algemene indruk
Uniformiteit - muziekkeuze - tempo en regelmaat - presentatie en verzorging van het geheel.

Aankomende evenementen